Redactie uitgelicht | VERN Magazine Juni 2019

Een baan voor het leven. Zoiets klinkt in deze tijden van regelmatig jobhoppende werknemers als een uitgestorven begrip. Voor talloze truckers is hun werk op de vracht­wagen een uitgekomen jongensdroom. Zo ook voor de 46-jarige Theo Turkstra. “Dit bestaan zit
gewoon in m’n bloed.”

“Als jochie wist ik al dat ik ooit vrachtwagen zou gaan rijden. Eenmaal klaar met school ben ik een jaar lang beroepsmilitair geweest. In die periode heb ik mijn groot rijbewijs gehaald. Als een kind zo blij stond ik te trappelen om de grote weg op te gaan. Defensie liet ik voor wat het was, om voor een West-Fries bedrijf per bakwagen dierenwinkels te gaan bevoorraden met allerlei diervoeders. Die tijd vormde voor mij een mooie start van mijn loopbaan, waar ik nog geregeld aan terugdenk.

Truckerscafés
Als je eenmaal de nodige ervaring hebt opgedaan, wil je verder kijken hè! Zien wat er nog meer te koop is. Op steenworp afstand van mijn toenmalige werkgever vond ik een prachtige nieuwe uitdaging. Met een trekker-oplegger ging ik aan de slag in voornamelijk palletvervoer. Met een volle trailer heb ik jarenlang ritten van fabrieken naar distributiecentra gedaan. Soms was er een periode dat ik containers met oud-papier vervoerde, van het ene naar het andere bedrijventerrein. Het hele land heb ik doorkruist. Ook kwam ik weleens in België en Duitsland. Dat betekende dat ik regelmatig ergens moest overnachten. Dat vernam ik vaak genoeg vrij onverwachts van de planning, maar ik zat er nooit zo mee. Bijkomend voordeel was dat ik zo de landelijke truckerscafés leerde kennen. Daar heb ik nog altijd wat aan, want ik weet inmiddels dondersgoed op welk eetadres ik wel of niet moet zijn…

Voorliefde
Na verloop van tijd had ik alle uithoeken van Nederland wel gezien en was het tijd voor iets anders. Een jaar of vijftien geleden vond ik mijn huidige baan bij GVT. Vanuit Alkmaar vertrek ik dagelijks rond zessen met een city-trailer vol sanitair en elektra richting industrie- en bouwterreinen. Die laatste zitten dikwijls ook in de stad en dan is een ietwat kortere trailer met meedraaiende achteras wel praktisch. De laatste tijd transporteer ik veel warmtepompen, maar ook nog altijd radiatoren voor renovatieprojecten.
Palletvervoer heeft mijn voorkeur. Je kunt jezelf redden middels een pompwagen en bent zodoende nauwelijks afhankelijk van anderen. Ook dat geeft vrijheid. Overigens heeft elke chauffeur zijn of haar favoriete merk. Voor mij is dat DAF, waarmee ik nu rijd. Die voorliefde gaat zó ver, dat ik in de periode dat DAF het heel moeilijk had ze honderd gulden heb gedoneerd. Na het herstel ving ik dat met rente terug.

Het is echt machtig mooi werk, want ik kom overal en nergens en spreek allerlei mensen. Leuk is ook om onderweg oud-collega’s tegen te komen.
Dan seinen en zwaaien we even naar elkaar.
Voorheen riep je de ander dan op via het bekende 27 mc-bakkie, maar met de huidige smartphones is die romantiek haast uitgestorven. Chauffeur voel ik me voor het leven. Ik heb zelfs een tatoeage: Trucker forever.”

© VERN Magazine