Redactie uitgelicht | VERN Magazine December 2018

Veetransport anno nu Strenge vervoersregels en grote import- en exportstromen

Wanneer de temperaturen in Nederland hoog oplopen, treedt het nationaal plan voor veetransport in werking. Krijgen de dieren het onderweg niet te warm? Is er voldoende voer en water? En hoe is het gesteld met de bewegingsruimte van de beesten?

“Sinds 2005 bestaat de Europese Transportverordening 1/2005”, vertelt Frank van den Eijnden, secretaris van branchevereniging SAVEETRA (Samenwerkende Veetransporteurs). “Alle regels met betrekking tot het dierwaardig vervoeren van dieren zijn hierin vastgelegd. Ook welke dieren wel of niet van a naar b mogen. Zieke en gewonde dieren mogen bijvoorbeeld niet vervoerd worden.”

37,2 miljoen pluimdieren
De meeste regels binnen de wetgeving voor veevervoer gelden voor runderen, schapen, geiten, varkens en (niet-geregistreerde) paarden. Hoeveel dieren binnen en buiten Nederland vervoerd worden, verschilt per jaar en wordt door andere de Rijksoverheid in kaart gebracht. Zo geeft het document Omvang en duur export slachtdieren 2014-2017 weer dat in 2017 37,2 miljoen pluimdieren, 3,4 miljoen varkens, 183 duizend runderen en 163 duizend schapen/geiten de Nederlandse grens overgingen voor export.
Het grootste deel wordt geëxporteerd per vrachtwagen naar Duitsland, met doorgaans het slachthuis als bestemming. Het transport binnen de EU gaat ook per vrachtwagen, alsook het vervoer naar sommige landen buiten de EU, zoals Rusland en Marokko. Naar dit soort landen, die verder weg liggen, wordt niet veel vee vervoerd vanuit Nederland.
“Het gaat daarbij per definitie niet om dieren voor de slacht maar bijvoorbeeld om fokdieren of eendagskuikens”, weet Van den Eijnden. “Van en naar het Verenigd Koninkrijk gaan veewagens per boot. Veeschepen kennen we hier niet. Voor bestemmingen nog verder weg, wordt ook wel het vliegtuig ingezet. Dit gaat bijna altijd om fokdieren en raspaarden.”

‘Varkens gaan na een tijdje lekker rustig liggen’

Hitteprotocol
De veetransportsector is de afgelopen jaren in beweging. Transportmiddelen worden steeds geavanceerder, met toepassingen als klimaatbeheersing en goede vering. “Varkens gaan na een tijdje rijden er zelfs lekker rustig bij liggen”, legt Van den Eijnden uit. Ook qua houding en gedrag binnen de sector zijn er stappen gemaakt vindt hij. “Vervoerders hebben een hitteprotocol opgezet. Ze vertrekken op hete dagen vroeg in de ochtend en laden minder dieren dan normaal. Wettelijke normen – zoals vastgelegd in de Transportverordening 1/2005 - bieden de nodige kaders. Die kaders voorkomen bijvoorbeeld dat partijen te veel dieren laden en langer doorrijden dan wenselijk is. Dat zou het welzijn van de dieren in gevaar brengen en werkt bovendien ook oneerlijke concurrentie tussen vervoerders onderling in de hand.”

Regels per diersoort en per afstand
Qua vervoer zijn er binnen Europa nog steeds verschillen, weet Van den Eijnden. “In zuidelijke en Oost-Europese landen liggen normen en waarden en handhaving op een ander niveau dan in Nederland. Regels binnen veetransport variëren voor verschillende diersoorten en reisafstanden. Binnen de regelgeving wordt onderscheid gemaakt tussen kort transport (korter dan acht uur) en lang transport (langer dan acht uur). De wettelijke voorschriften komen op de meeste fronten op dat gebied overeen. Bij lang transport worden iets meer eisen gesteld. Zo dienen vervoerders dan te beschikken over een temperatuur- en ritregistratiesysteem. Kort en lang transport mogen overigens niet verward worden met binnenlands versus buitenlands, grensoverschrijdend vervoer. Zo vallen veel varkenstransporten naar Duitse slachterijen onder kort transport maar kan een binnenlandse rit binnen Frankrijk of Italië een lang transport zijn. Los van dat zijn er meer beperkingen binnen Nederland dan in andere EU-landen. Kijk naar het aantal bedrijven dat op één rit bezocht mogen worden, en de reiniging van de wagens, om te voorkomen dat ziektes via transporten Nederland binnenkomen en zich verspreiden. Dat deze Nederlandse regelgeving omtrent veevervoer strenger is dan EU-regelgeving is verklaarbaar door de veedichtheid in Nederland en de relatief grote import- en exportstromen.”

‘Kort en lang transport niet verwarren met grensoverschrijdend vervoer’

Duurzaamheidsvisie
De veetransportsector zet ook in op duurzaamheid. Zowel minister Schouten van LNV als enkele dierlijke sectoren zetten in op kortere en minder transporten, bijvoorbeeld als vervanging - waar mogelijk - van diertransporten naar verre bestemmingen door vervoer van vlees. Hierover is het ministerie in gesprek met de vervoeropdrachtgevers (veehouderijen, handelaren, slachterijen). Dit zijn dierenwelzijngerelateerde ontwikkelingen die reductie van CO2 als ‘bijvangst’ hebben. Daarnaast is de algehele sector transport en logistiek bezig met verduurzaming. Transport en Logistiek Nederland heeft in 2017 zijn duurzaamheidsvisie gepresenteerd. Met die duurzaamheidsvisie in het achterhoofd zat TLN ook aan tafel bij de gesprekken over het (voorlopige) Klimaatakkoord en ondertekende dat akkoord.


Mobiele Dodings Unit
Eind 2018 is een pilot gestart met de MDU, de Mobiele Dodings Unit. Runderen en paarden die slachtwaardig zijn, kunnen na keuring door de dierenarts op de eigen locatie in de unit (vrachtwagen) verdoofd/geschoten worden en verbloeden. Vervolgens wordt het karkas naar het slachthuis vervoerd om verder uitgebeend te worden. Hoewel veel partijen het als een verbetering voor het welzijn van de betreffende dieren zien, zijn er ook bezwaren, zoals van organisaties als Animal Rights. Die meent dat slachten in de MDU niet het doel heeft om transport van levende dieren te verminderen maar om wrak vee dat volgens de wet- en regelgeving niet vervoerd mag worden, te slachten en alsnog in de voedselketen te brengen. ‘Normaliter worden deze dieren gedood en dan naar het destructiebedrijf gebracht. De veehouder moet betalen om deze dieren te laten ‘afvoeren’. De mobiele dodingsunit in Dokkum heeft als primair doel dat de veehouder nog winst kan maken op niet-transportwaardige dieren’, aldus Animal Rights.

Samenwerkende partijen
Verschillende partijen zien er op toe dat de regels omtrent veevervoer worden nageleefd. Zo wordt vanuit de overheid door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) het dierenwelzijn tijdens transport en bij aanvang van export veelvuldig gecontroleerd en worden bij hoge temperaturen NVWA-inspecteurs ingezet. SAVEETRA behartigt de belangen van beroepsvervoerders in het veetransport. SAVEETRA heeft in samenwerking met Vee&Logistiek Nederland in 2016 een hitteprotocol opgesteld met voorschriften voor diertransport bij extreem weer.

© VERN Magazine